Giel van Alphen van De Scheper Vijver- en Koispecialist in Oirschot was als klein jongetje al gefascineerd door water. Als hovenier probeerde hij daarom altijd een vijver in zijn ontwerpen te creëren. “Wilde mensen dat niet, dan tekende ik een andere waterpartij”, vertelt hij lachend. Sinds de oprichting in 1985 ontwikkelde De Scheper zich van groencentrum tot vijver- en koispecialist. Zodoende spreken we Giel over de nieuwste trend op het gebied van vijvers: zwemvijvers met koi.

Tekst: Marleen van Merode
Foto’s Arjan de Lange en De Scheper Vijver- en Koispecialist

 

Het is eind januari en het is rustig bij
De Scheper Vijver- en Koispecialist aan
’t Laar in Oirschot. Stilte voor de storm, want het bedrijf staat een druk voorjaar te wachten met de verkopen van kleurrijke koi en de aanleg van prachtige vijvers. Het is een mooi moment voor een interview met Giel van Alphen, al meer dan dertig jaar ondernemer – met een enorme passie voor water – in hart en nieren. Met zijn laptop bij de hand vertelt hij over
de kentering die gaande is in vijverland. “Wij zien dat mensen steeds meer kiezen voor een vijver waarin zij zelf kunnen zwemmen, maar waarin ze tegelijkertijd een aantal mooie koi kunnen houden. Deze mensen zijn op zoek naar een
uniek element dat hun huis meerwaarde geeft en wat bovendien functioneel is.” Door jarenlange opgedane kennis en ervaring met name op het gebied van watermanagement is De Scheper in staat ‘super gezonde’ combivijvers af te leveren en spelen zij op een verantwoorde manier in op de nieuwste vijvertrend.

Duurzame technieken

Het ontwikkelen van een zwemvijver begint met een ontwerp. In deze belangrijke fase werkt Giel al jarenlang nauw samen met twee tuinarchitecten en zo nu en dan tekent hij ook zelf. “Je kunt niet zomaar een vorm tekenen en zeggen: ‘Dit is het’. Bij een zwemvijver komt ontzettend veel kijken. Zo moet
je niet alleen nadenken over waar de trap, verlichting en zitgedeeltes komen, maar is het nog veel belangrijker om goed na te denken over de locatie van de techniekruimte en de plantfilter , legt Giel uit. In de meeste gevallen maakt
De Scheper een zwemvijver van polyester of van steen, afgewerkt met polyester. De reden: “Polyester is zo strak als het maar zijn kan, strakker kan niet”, vertelt Giel stellig. “En de kleur is altijd antracietgrijs, want dan zijn de details van de koi veel beter zichtbaar. Zwarte folie geeft geen diepte.” In de ontwerpfase komt ook de ligging van de vijver aan bod. Dit bepaalt namelijk onder andere de mate van duurzaamheid van een vijver. Een aspect dat ze bij De Scheper erg belangrijk vinden. Niet alleen op het gebied van soorten technieken, maar ook wat stroomkosten betreft.
“We proberen de vijver altijd zo te maken dat er weinig energie nodig is om het water te verplaatsen. Weerstand kost energie en dus houden wij daar rekening mee in de filtratie, het buien systeem en alle apparatuur er omheen. Wij zijn in staat om een vijver 25.000 liter per uur voor maar 70 watt rond te laten pompen. Dat is erg veel waterverplaatsing met een zeer gering stroomverbruik.”

‘Het water in de combivijvers is gezond, helder en duurzaam’

 

Natuurlijk blauw

Met de duurzame technieken waar Giel over spreekt, is het mogelijk om heel mooi blauw zwemwater te creëren. “Maar dan wel op natuurlijke wijze.
Een vis kan namelijk niet in water leven waar bijvoorbeeld chloor in zit. De vijver moet daarnaast ook zo vrij mogelijk
zijn van ammoniak, nitriet, schimmels, virussen en ziekteverwekkende bacteriën. Belangrijk is dat het zwemwater gezond is voor mens én dier. Het water zit namelijk dag in dag uit, jaar in jaaruit in de vijver.” Zwemvijvers van De Scheper worden daarom voorzien van
een uitstekend biotoop dat fungeert als natuurlijke plantenfilter it deel et het oorspronkelijke kraanwater dat in de vijver gaat om naar water dat gaat leven. “De elf reinigende filters, V -installaties en andere technieken in de techniekruimte zorgen ervoor dat een vijver keurig netjes blijft, gezond voor mens en dier. Mensen hebben hier overigens bijna geen omkijken naar. Het werk beperkt zich
tot het controleren op het functioneren van de technieken, af en toe de bodem zuigen als dat wenselijk wordt geacht en
– in samenspraak met De Scheper – de waterwaarden van het water meten en op peil houden”, legt Giel uit. Op de prachtige foto’s die de Oirschotse ondernemer op zijn laptop laat zien, heeft een aantal vijvers een groene waas van alg op de bodem. Giel: “Dat is helemaal niet erg en heeft iets natuurlijks. Je kunt er echter ook voor kiezen om het middels hydrolyse of met een zwembadrobot weg te halen. Mensen kunnen helemaal zelf bepalen hoe zij hun vijver er uit willen laten zien.”

‘Het is ontzettend mooi imposante koi in je vijver te hebben’

 

 

Aangenaam zwemwater

Het water van de zwemvijvers is volgens Giel niet alleen heel gezond, maar het voelt ook heel fijn aan en gewoon zwembad waar chloor of zouten aan toegevoegd zijn, voelt pas bij ongeveer 28 graden prettig. Natuurwater voelt veel eerder fijn aan, omdat er niets aan toegevoegd is.

Een zwemvijver verwarmen hoeft in mijn ogen dan ook niet”, vertelt Giel. “Althans, niet om er aangenaam in te kunnen zwemmen. Doordat wij voor een donkere oppervlakte in de plantenfilter en als ondergrond in de vijver kiezen, is de vijver op een zonnige dag heel snel opgewarmd.”

Toch zijn er mensen die voor verwarming kiezen, maar dan om grote temperatuurschommelingen op te vangen Voor een koi is het niet fijn om een schommeling van meer dan vier graden Celsius binnen 24 uur te hebben”, legt Giel uit. “Met verwarming is het mogelijk om de temperatuur in de winter bijvoorbeeld op acht graden te houden.”

Staand beleven

De zwemvijvers van De Scheper zijn over het algemeen circa 1,50 meter diep. Giel: “Ik ben van mening dat je een zwemvijver het best kunt beleven als je er ook in kunt staan. Voor een betere ontwikkeling van de vissen is het wel raadzaam om een deel van de vijver twee meter diep te maken. Dat is meteen ook een gedeelte waar je ink kunt duiken of waar de vissen zich terug kunnen trekken.” Volgens Giel is een combivijver meestal een vijver waarin de koi-bezetting niet al te groot is. “Ik raad aan om in een zwemvijver niet meer dan één vis per tien kuub water te houden. Het is namelijk ontzettend mooi om heel grote en imposante koi in je vijver te hebben.” De Scheper maakt overigens ook combivijvers waarin het zwemgedeelte is gescheiden van de koivijver. Giel laat een mooi voorbeeld van een vijver zien met een glazen ruit, waardoor mensen vanuit de zwemvijver naar de vissen in de koivijver kunnen kijken. “Bij ons is heel veel mogelijk. Gewone vijvers, koivijvers boven de grond of in de grond, zwemvijvers en combivijvers. Vijvers in een klassieke Japanse tuin of in een modern jasje gestoken, met een organische of juist een strakke vorm. We werken niet met standaard formaat baden. Wij maken iets dat bij iemand past.”

Hoeder

Eenmaal een vijver in de tuin kan je als klant te allen tijde rekenen op service en nazorg van De Scheper. In het enorme klantenbestand van de vijver- en koispecialist staan de inhouden van de vijvers, de vijversoorten en het onderhoud omschreven. “Als mensen hier met een potje water komen, weten we dankzij het systeem precies wat er moet gebeuren aan hun vijver. Daarnaast kunnen we ook zieke koi behandelen. Komen we er niet uit, dan verwijzen we mensen door naar Maarten Lammers, een koidokter met wie we nauw samenwerken. We zorgen er voor dat de vijvers mooi en de vissen gezond blijven. Wist je dat scheper letterlijk schaapsherder betekent? Een hoeder, zo zie ik mezelf een beetje”, besluit Giel met een lach.

Alleen Japanse Koi

Hoewel in China in de vierde eeuw al gekleurde koi voorkwamen, zijn de Japanners in de negentiende eeuw begonnen met het kweken van koi als siervis. Ook uit Israël en Europa komen gekleurde koi, maar De Scheper Vijver- en Koispecialist verkoopt tegenwoordig alleen exemplaren uit het land van de rijzende zon. “Ik heb een tijdje Israëlische koi gehad met mooie en leuke kleurcombinaties, maar er gaat niets boven Japanse koi”, vertelt Giel. Elk jaar vertrekt hij naar het Aziatische eiland om bij gerenommeerde kwekers vissen te selecteren met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Hij heeft er kijk op, want een aantal jaar geleden riep de overkoepelende wereldorganisatie ZNA (Zen Nippon Airinkai) zijn koi Riu-X uit tot superior champion. “Uit de tweeduizend vissen die aanwezig waren op de show moest de organisatie de beste en mooiste vis kiezen. Ze kozen Riu-X, dat was geweldig.”

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren